Met groeiende verbazing heb ik in de media en op het internet de ontwikkelingen rondom de DSB bank gevolgd. Nederland viel in twee kampen uiteen. Dirk Scheringa verviel in slechts enkele weken tijd van volksheld tot staatsvijand.
Het onmiddellijke gevolg van de schijnbaar onverklaarbare volkswoede die er volgde na de oproep van Pieter Lakeman was dat bijna een half miljoen spaarders in de problemen raakten, enkele duizenden mensen hun baan verloren en er een kapitaalsvernietiging van vele miljarden euro’s plaatsvond. De mensen waarom het zou gaan, zij met betalingsproblemen zijn er niets mee opgeschoten.
Ik zou me kunnen concentreren op de aanleiding van dit alles. Ik voel er echter niet veel voor om het kamp van Scheringa of Lakeman te kiezen. Op de handelwijze van beiden is veel aan te merken. Scheringa had eerder mogen onderkennen dat er een aantal mensen in het gedrang zijn gekomen door te hoge financieringen. Lakeman heeft zich volstrekt onverantwoordelijk gedragen door op te roepen tot een bankrun met het doel om Scheringa en zijn onderneming ter zielen te helpen.
Liever concentreer ik mij op de schijnbaar onverklaarbare allesvernietigende volkswoede die volgde op Lakeman’s oproep. Het is mijn inziens veel belangrijker daar een verklaring voor te vinden. Want voor mij staat vast dat de ‘collateral damage’ disproportioneel groot is in verhouding tot de mogelijke zonden van de heer Scheringa.
Lakeman en veel mensen in het Lakeman kamp zijn van mening dat de ‘collateral damage’ te rechtvaardigen is. Velen praten Lakeman na door Scheringa een ‘kankergezwel’ te noemen dat ruim uitgesneden dient te worden zodat er geen ‘aangetast’ weefsel meer zou voortbestaan. Op het argument dat de DSB bank niet uniek is in zijn soort verklaard men dat ook de andere financiële instellingen die zich schuldig maakte aan ‘immorele gedragingen’ eraan zouden moeten geloven. Men is kennelijk van mening dat een nog grotere vernietiging van werkgelegenheid en kapitaal gerechtvaardigd zou zijn. Het niet nader omschreven doel zou ieder middel rechtvaardigen.
Deze plotselinge vernietigingsdrang is een symptoom van een dieperliggende kwaal. Scheringa tot de kwaal benoemen is te makkelijk, te oppervlakkig en mijn inziens niet juist. Het staat evenwel vast dat er kennelijk zoveel onvrede onder de bevolking leeft dat men bijzonder makkelijk op te hitsen is tot een volksgericht en lynchpartij. Een enge ontwikkeling.
Ik denk dat wij in deze naar onze overheid moeten wijzen. Het volk is opgevoed met een chronisch gevoel van ontevredenheid en onvergelijktheid. Heeft u wat te zeuren dan dient u de oorzaak buiten uw eigen invloedssfeer te zoeken. Wat u ook overkomen is, het is u aangedaan en u zou machteloos staan tegenover de oorzaak of veroorzakers. U dient op te zien naar de overheid voor leiding, advies en wet en regelgeving om de bron van uw ontevredenheid en onvergelijktheid weg te nemen.
De staat werpt zich op als zogenaamde ‘Nanny State’. Het ontneemt al het initiatief aan haar bevolking om zelfredzaam en waakzaam te zijn. Voordat u zich zelfs maar kunt beklagen over iets dat u niet aanstaat haast de staat zich om de bron van uw ontevredenheid weg te nemen, te reguleren of te verbieden. Bij voorkeur grijpt de staat preventief maar desnoods achteraf in.
In het DSB voorbeeld hebben wij dit mechanisme kunnen aanschouwen.
De staat kweekt onvrede door de bevolking wijs te maken dat alle economische ellende veroorzaak zou zijn door de vrije markt en inhalige kapitalistische bank managers en directeuren. Voordat u zich kunt wreken op de vermeende veroorzakers van alle ellende verklaard de staat dat zij het varkentje wel even zal wassen. Met veel misbaar kondigt de overheid maatregelen aan. De bonussen en de salarissen moeten op de schop. Doormiddel van miljarden investeringen in noodlijdende banken trekt men het eigendom en de leiding over deze banken naar zich toe.
Tot zover lijkt het alsof de overheid er alles aan heeft gedaan om het ongebreidelde kapitalisme, ofwel de vermeende oorzaak van alle ellende te beteugelen. De subliminale boodschap is dat de overheid moest ingrijpen omdat de vrije markt en het kapitalisme slechts kan bestaan ten koste van de burgerbevolking en de burgerbevolking beschermd moet worden tegen ‘het kwaad’. Wat de overheid doelbewust onderbelicht laat is dat decennia lange interventies in de financiële wereld er mede de oorzaak van is dat het financiële systeem is gecrasht.
De overheid ziet haarzelf als een antibioticum. Echter, een teveel of veelvuldig gebruik van antibiotica maakt het lichaam eerder ziek dan het geneest. Het verzwakt het eigen afweermechanisme waardoor opportunistische schimmels, virussen en bacillen die normaal in symbiose met andere schimmels, virussen en bacillen leven de kans krijgen te woekeren en zich te gedragen als ziektemakers.
Als u de banken ziet als het lichaam, de managers en directeuren als de noodzakelijke schimmels, virussen en bacillen en de overheidsinterventies ziet als het antibioticum dan krijgt u er een aardig beeld van hoe bank managers en directeuren zich tot opportunistische ziekmakers konden ontwikkelen. De standaard oplossing van de overheid, in plaats van de patiënt uit te laten zieken waardoor het lichaam sterker zou worden, is nog meer antibiotica toedienen. In het geval van de bankensector dient men het zelfs intraveneus toe. Met alle gevolgen van dien.
De bevolking, dat zich heeft laten aanpraten dat schimmels, virussen en bacillen per definitie slecht zijn eist dat de overheid voor een steriele samenleving zorgt. Slaagt de overheid daarin niet volledig dan heeft de bevolking maar een hintje nodig om tot eigenrichting over te gaan. Pieter Lakeman dacht deze hint te ontwaren in de woorden van Wouter Bos en voelde zich hierdoor aangemoedigd het hoofd van Dirk Scheringa op een zilveren plateau te eisen.
Het volk, dat zich al te lang heeft laten aanpraten niet weerbaar te zijn en daardoor door een diepe machteloosheid overvallen is, ziet in de oproep van Pieter Lakeman en de kennelijke instemming van Wouter Bos een teken zich te wreken op de zondebok. In dit geval de heer Scheringa. Het gevolg van de lynchpartij is een schade waarvan wij de ongekend grote omvang waarschijnlijk nooit zullen kunnen bevroeden.
De bevolking, althans een groot deel daarvan heeft zich nu gewroken op de heer Scheringa en diens onderneming. De bevrediging zal echter maar van korte duur zijn. Negativiteit is een emotie waarvoor je geen enkele moeite hoeft te doen. Het is besmettelijk en het groeit als bamboe. Mijn verwachting is dan ook dat een volgende episode niet lang op zich zal laten wachten.
De vraag is wie het volgende slachtoffer gaat worden. Nu wil ik mij niet bezondigen aan een reductio ad Hitlerum maar het aanwijzen van zondebokken is, zo blijkt uit de geschiedenis, een levensgevaarlijk wapen in de handen van machtswellustelingen. Het is derhalve wel degelijk een zaak om ons grote zorgen over te maken.
Waarover wij ons zeker zorgen moeten maken is hoe Wouter Bos zich in deze arena van, mede door zijn partij gekweekte ongenoegen heeft gedragen. Als een keizer verleende hij met de duim omlaag zijn toestemming tot het lynchen van Dirk Scheringa. Wij mogen hem dit aanrekenen.




Gezien de virtuele zetels voor de club van Bos wordt het hem ook aangerekend. Helaas vluchten de meelopers naar een fossiele club uit de giftige jaren zestig. Richt de pijlen op het onfatsoen, want dat is wat de meeste mensen willen zijn, fatsoenlijk. Dat klinkt vreselijk ouderwets, fatsoen, maar dekt nauwgezet de houding van het gros van elke bevolking. Gerelateerd aan het artikel. Het leek fatsoenlijk om het onfatsoen in de persoon van Scheringa te bestrijden. Graag zag ik enige gifpijlen gericht op de premier. Waar was deze meneer?
Bakellende ja, de grote afwezige. Hij zou zich kapot moeten schamen om zo onzichtbaar te zijn. Maar hij weet dat hij de volgende is om gelyncht te worden als hij nog eens met zijn zalvende prietpraat komt, dus houdt hij zich gedeisd. Het is een (k)wezel. Bah.
De vraag is idd wie de volgende wordt. De bevolking heeft duidelijk bliksemafleiders nodig om de ontevredenheid op af te reageren.