contradicere

Heeft het hebben van idealen eigenlijk wel nut en zin?

In Opinie on 25/10/2009 at 02:33

Ariël Bruéns

luchtkasteel

Ik worstel al jaren met mijn politieke positie. Ik ben zeker niet links, moet er niet aan denken, maar om nou te zeggen dat ik rechts ben. Wat is mijn politieke identiteit? Ik merk dat ik, zou ik het dan toch moeten definiëren, de laatste jaren meer de libertarische kant op trek. Weg met ‘big government’ weg met al die bemoei- en bedilzucht. Linkse of rechtse, het is me om het even.

Maar ook het libertarische gedachtegoed is niet zo vrij als ze pretendeert te zijn. Zoiets als deDSB affaire toonde dit maar weer eens aan. Walgelijke hoeveelheden geld (willen) verdienen vond menige libertariër toch wel een beetje onfris, terwijl hebzucht volgens het libertarisme de bron voor maatschappelijk welzijn zou zijn, of tenminste het maatschappelijke welzijn zou bevorderen.

Toen ik me daar eens in ging verdiepen stuitte ik op het feit dat ook het libertarisme niet vrij van idealen is. En als ik ergens een broertje aan dood heb dan zijn het wel idealen. Zeker hoogdravende maatschappelijke idealen zoals links er doorgaans op na wil houden. Ook libertariërs geloven in een ideale wereld waarin iedereen in pais en vree met elkaar leeft en in vrijwilligheid alles deelt.

Wat ik normaliter doe en al eerder gedaan heb is het wegstrepen van zaken. Eerder deed ik dat al met geloven en religie. Ik heb gedurende mijn vroege jeugd (jaartje of 12 was ik) iedere grote religieuze stroming onderzocht en zodra ik tegenstrijdigheden tegen kwam dan streepte ik deze van mijn lijstje af. Een klus waar ik, mede dankzij mijn dyslexie, zeker 4 jaar over gedaan heb.

Toen ik deze klus geklaard had, en ik uiteindelijk iedere religie moest wegstrepen en dus overduidelijk niet in de wieg gelegd was voor het aanhangen van een god of geloof, stortte ik mij op de filosofie sectie van de bibliotheek. Mensen kinderen, boekenplanken vol onleesbare en onnavolgbare bagger heb ik tot mij genomen met de ijdele hoop ‘het antwoord’ te vinden.

Hele dikke pillen met honderden pagina’s nam ik tot me. Soms begreep ik hoofdstukken lang geen barst van wat men mij op de mouw probeerde te spelden. Ondanks het feit dat ik in de doorgaans intellectuele drek van ‘grote denkers’ ook wel eens pareltjes tegen kwam bleek ook filosofie niet aan mij besteed te zijn. De gemiddelde filosoof, van toen en nu, zijn egotrippende betweters.

En daar was ik dan, een jaartje of 20 en door eigen toedoen ontdaan van ieder mogelijk streven of ideaal. Ik kan u bekennen dat ik in een heel diep gat viel. Er was niets, er is niets en er zal nooit iets komen dat mij zo kan begeesteren als de liefde. Want dat was alles dat mij nog resten. Geen streven naar utopische toestanden tijdens het leven, en na de dood was niet meer dan het grote niets.

Na en diepe depressie ontdekte ik de ‘waarheid’. Althans, mijn ‘waarheid’. Idealen spruiten voort uit angst. Angst voor het niets en het nutteloze. Je leeft als het meezit een jaar of 70, misschien 80 zonder daadwerkelijk iets te bereiken. Het enigste wat je kunt bereiken is een staat waarin je zo zorgeloos mogelijk ben. En dan ga je dood en vervalt sowieso alles waarnaar je ooit streefden.

Het summum van geluk is zorgeloos zijn. En om zorgeloos te zijn dien je je af te scheiden van de rest van de mensheid. Ik bedoel in de zin van het individualisme. Jij bent jij ongeacht wat je overkomt. Een onverwoestbare kern in je die zijn levensgeluk niet laat bepalen door meeslepende idealen en ‘de diepere vragen des levens’. Arm of rijk, beroemd of berucht, alleen het jij zijn.

Oké, noem het (het individualisme) een ‘filosofisch’ standpunt als je wilt, maar dan wel één met verstrekkende consequenties. Je hebt één streven. En dat is als individu tot volledige wasdom te komen. En dat is voornamelijk een kwestie van geduld. Heel veel geduld. Want de wijsheid, ofwel het bredere perspectief, komt inderdaad pas met de jaren, zo is mij inmiddels wel gebleken.

Als u uit bovenstaande opmaakt dat ik maar een beetje voor de kat z’n fluit weg leef dan kan ik u gerust stellen. Klopt! Maar het klopt ook weer niet. Het is niet zo dat ik ooit besloten heb om voor de kat zijn fluit weg te leven. Er ligt een veel diepere gedachte aan ten grondslag. Ik leef niet naar de regels die mij door externe ‘entiteiten’ worden opgelegd omdat ze totaal waardeloos zijn.

Waardeloos in de zin dat ze voor mij geen enkele betekenis hebben. Ik heb geen boodschap aan andermans idealen. Ik heb zelfs geen boodschap aan mijn eigen idealen die ik zo nu en dan in een zwak moment wel eens formuleer. Het loslaten van andermans, maar vooral ook jouw eigen idealen is cruciaal in het leven. Je hebt er niets aan en idealen kunnen je alleen maar in de weg staan.

Een wijs man, Jiddu Krishnamurti merkte eens op over het koesteren van idealen, het volgen van een religie of ideologie en het blijven steken in utopische denkbeelden: “Het leven is als een rivier, waarop je als een boot moet zijn, los van de oevers.” Velen hebben daar het lef niet voor. Idealen zijn als een ‘zwemvest’ waaraan zij zich vastklampen in de angst zonder te zullen verzuipen.

Het zou nog tot daar aan toe zijn als zij dit alleen op zichzelf betrekken. Ik kan immers mensen niet verbieden te dromen van hun utopische wereld. Het feit wil echter dat men in de regel die angst projecteert op andere. Je wordt geacht je te conformeren aan hun wereldbeeld. Doe je dit niet dan volgt er minstens sociale uitsluiting en op z’n slechts gaat men collectief over tot massamoord.

Kortom, en ik zou er eindeloos over uit kunnen wijden, is het hebben van idealen waardeloos. Sterker nog, het is een aanstootgevende vorm van ijdelheid. Waaraan ik me nog het meest erger is de mensen die zich ‘moreel’ boven de ander gesteld wanen. Als er al iets moreel verwerpelijk is, dan is dat het wel. Het is de psychologische variant van het altijd populaire Übermensch denken.

Zoals gezegd kan ik u er niet van weerhouden een ideaal wereldbeeld te koesteren. Of dit nou een socialistische, een racistisch, een islamitisch, christelijk of hindoeïstische wereldbeeld is maakt daarbij niet uit. U moet in alle gevallen er diep van doordrongen zijn dat uw utopische wereldbeeld niet meer is dan dat. Uw utopische wereld kan en is zeer waarschijnlijk andermans dystopie.

  1. Fijn artikel voor de zondagochtend. Ik kan het in z’n geheel onderschrijven. Zelfs vanaf het bijzondere detail waarop de zoektocht begon. Toch is er nog een zwemvest dat de mens laat drijven soms zelf laat stijgen en heel af en toe óp het water laat lopen. Kunst.
    Groot danwel klein, dat maakt niet uit, kwestie van perceptie, variërende verlangens en geestelijke vermogens. Hierin ligt dan ook de reden dat ideologieën en religies altijd ruzie maken met de kunsten.
    En waaruit kunst bestaat? Een kale definitie waarin vorm, goed of slecht en andere opbrengsten als zijnde modieus of politiek gestuurd zijn weggelaten.
    Minimaal één toeschouwer en één ding dat kan worden beleeft met de zintuigen. Dat wat wordt beleeft is een verhaal. Grondgedachte, de zin van het leven ligt in de mogelijkheid er over te verhalen.
    Dank en groet.

  2. Mooi artikel. ik wil er later nog iets over zeggen misschien, alleen nu dit: Om een enigszins goede kijk op de wereld te hebben, dient men vrij te zijn van alle vooropgezette aannames. Misschien blijft men dan zijn hele leven twijfelen, maar men trapt niet in de val om de wereld naar eigen beperkte inzichten te willen ombuigen.

  3. De mens kan natuurlijk niet zonder idealen. Het hele leven is een streven om idealen te verwerkelijken, al was het maar het ideaal om een rustig leven te leiden zonder al te veel last te onervinden van externe invloeden.

    Het probleem begint waar idealen opgelegd worden aan anderen. Eigen inzichten worden als absolute noodzakelijkheid beschouwd en iedereen dient zich daaraan aan te passen. Zoals Ariël schrijft: de één zijn utopie is de ander zijn dystopie.

    De extreme vorm van idealisme is fanatisme. Vooral een religieus ideaal schijnt dit in de hand te werken, maar natuurlijk ook politieke idealen.

    Waar, op welk punt, slaat idealisme om in dwang en onverdraagzaamheid?

  4. Bij angst.